Home
Warriors For Health
Wie ben ik?
Geschiedenis
Gezondheidsnieuws
Onderzoeken
Food for Thought
Gezonde voeding
Medicinale Cannabis
Kruiden-Specerijen
Gezonde recepten
Natuurlijk mooi
Natuurwinkel
Nieuwsbrief archief
Boeken en DVD's
Filmpjes
Lezingen
Ander nieuws
links
Contact
Gastenboek
Fotoalbum
Disclaimer

Master class Michael Pollan
Wo 11 februari 2009

 

Dinsdagmiddag en -avond vond de masterclass "In defense of food" plaats voor een select gezelschap van bijna 100 genodigden. Biologica notuleerde; hieronder volgt een verslag van de lezing van Michael Pollan en de daarop volgende uitwisselingen met aanwezigen. Een fragment: "We moeten stemmen met onze vork: elke keer als je boodschappen doet, heb je een belangrijke stem. Noem ons geen consumenten, noem ons liever co-producenten. Want wij produceren de realiteit mee. Als eter heb je macht. Je heb macht door je koopkracht. Dat begint als baby, wanneer je die vork eten weigert die naar je toe komt. Daar ligt het begin van politiek. Van keuzes maken. Eten heeft een geweldige macht."

 

Introductie Michael Pollan

“Ik ben nu 5 jaar professor in Californië aan de universiteit van Berkeley. Het is een nieuwe leerstoel: schrijven over eten. Voedseljournalistiek gaat niet alleen over recepten en kooktrends, maar ook over politieke en beleidsmatige aspecten van voedsel.”

Gastheer: “Mogen we u vergelijken met die andere Michael, Michael Moore?”
Pollan: “We zijn nogal verschillend. Michael Moore is misschien meer geïnteresseerd in antwoorden dan in vragen. Ik bewonder zijn onafhankelijkheid en durf. We zijn allebei verhalenvertalers. Dat is belangrijk in journalistiek. Hij gaat erop uit om de gezondheidszorg aan de kaak te stellen en vervult in zijn verhalen zelf een heldenrol. Ik zou mezelf geen held maken.”

Gastheer: “In NRC Handelsblad stond een column van Louise Fresco waarin u een “sympatieke maar misleidende goeroe” werd genoemd. Wat vind u daarvan?
Pollan: “Dat is haar verhaal. Het label “goeroe” past niet bij mij. Ik ben een journalist, een schrijver. Doordat ik voor de New York Times werk, kan ik met veel mensen praten, mensen in bedrijven, boeren. Ik heb inderdaad meer vragen dan antwoorden. Ik heb als journalist de vrijheid om mijn ideeën niet helemaal naar de politieke realiteit te hoeven dragen. Het is niet mijn inzet om mensen te vertellen wat ze moeten doen. Ik wil ze aan het denken zetten. En wat betreft het sympatieke en misleidende, dat mogen jullie zelf bepalen.”

 

Lezing Michael Pollan

“Ik ben blij om voor deze groep te spreken, een groep mensen die het privilege hebben om andere mensen te beïnvloeden. Ik schrijf al 10 jaar over eten. Het is leuk dat IUCN dit mede organiseert, IUCN gaf me indertijd een prijs voor het eerste artikel over eten dat ik schreef. Voor dat artikel kweekte ik een GMO-aardappel in de tuin. Ik ben dus niet bio, sorry. Ik doe detectivewerk op het gebied van voedsel. In essentie volg ik het verhaal achter ons eten, van ons bord naar waar het begint. Dat is meestal ergens onder de zon, in een veld. Zo raakte ik geïnteresseerd. Ik ben een schrijver, en een eter – die kwalificatie deel ik met jullie allemaal. Ik ben geen deskundige. Al mijn kennis komt van mensen zoals jullie. Het grappige is dat ik als schrijver al die info bij jullie kan verzamelen – en vervolgens wordt ik door de mensen uitgenodigd om het aan hen terug te vertellen.”

 

Aardappels
“Monsanto vroeg me indertijd om een van hun klanten (een boer) te bezoeken, om te schrijven over een genetisch veranderde aardappel die insecten doodt. Ik stelde me de vraag: “Is dit goed of slecht voor het milieu?” Ik ging naar Idaho. Daar worden in de VS alle aardappels gekweekt. Het is een soort woestijn, verbazingwekkend groot en droog. Ik was geschokt door wat ik zag. De boer had 40.000 acres (circa 17.000 hectare ), die verdeeld waren in cropcircles van 70 hectare . Elke cropcircle werd door een enkel irrigatiesysteem bediend; daaruit regende het water, insecticide en kunstmest. Als het systeem enkele dagen zou uitvallen, waren de planten dood. De boer kon dat in een kleine bunker controleren met een druk op de knop en zo bepalen om meer water, pesticide of kunstmest te druppelen. Verbazingwekkend. Hij kweekte 1 aardappelras; een langwerpige aardappel, de Russet Burbank. McDonald’s wil alleen die aardappel, omdat daar een mooi boeketje lange friet uit komt. Maar die aardappel is kwetsbaar voor “netnecrosis”. Dat is een schimmel die bruine adertjes veroorzaakt; je proeft het niet, het is een cosmetische afwijking. Maar McDonald’s wil dat niet. Daarvoor gebruiken ze een zeer sterke fungicide; dat is zo’n sterk neurotoxine dat de boer 5 dagen na het sprayen niet het veld in mag. Zelfs als de irrigatie kapot gaat, kan hij het veld niet op. Die boer kweekte bij zijn eigen huis bio aardappelen, voor zijn eigen gezin.
De aardappelen voor de verkoop waren pas 6 weken na het oogsten eetbaar. Tijdens de kweek namen ze zoveel pesticiden op, dat je ze niet kon eten. Ze moesten eerst 6 weken opgeslagen liggen om alle chemicaliën uit te gassen. Zoals je een nieuw tapijt in je kantoor ook eerst moet laten uitwasemen. Ik had daarvan allemaal van te voren geen idee. Ik dacht: vergeet GMO. De manier waarop het normaal gebeurd, is al schokkend.”

 

Feedlot
“Een jaar later kwam een tweede moment. Ik woonde toen nog in New England. Ik reed over een Californische landweg, blauwe lucht, prachtig gouden landschap. Plotseling rook ik een verschrikkelijke lucht, zoals ik nog nooit had geroken. Ik keek rond. Alles zag er nog prachtig uit. Maar na 2 km was het landschap ineens zwart. Een zwart landschap met 75.000 koeien, die in hun eigen mest stonden. Het was een feedlot, een afmesterij. Een stad van vee. Overal lagen enorme piramides van mest en van maïs. En de koeien hadden de functie om de ene piramide om te zetten in de andere piramide. Ik had nog nooit zoiets gezien. Het was echt een visioen van de hel. En daar had ik het bij elkaar: de hamburgers en de Franse frietjes. Toen besloot ik meer onderzoek te gaan doen. De manier waarop eten wordt verkocht, wijkt zo af van hoe het wordt geproduceerd. Je ziet plaatjes van cowboys op je vlees, niet van feedlots.
Ik vond niet per se dat het verkeerd was, zoals het gebeurde; maar het was in ieder geval anders. Toen besloot ik een serie te schrijven, om het eten terug te volgen naar de oorsprong.”

 

Alle wegen leiden naar maïs
“Ik begon met een Mc Donald maaltijd. Ik volgde alles terug naar de boerderij. En wat me verraste: al dat eten ziet er zo verschillend uit. Maar als je helemaal terug gaat naar de bron, naar de fotosynthese waarmee het allemaal begint (planten die energie uit de zon halen, mineralen uit de grond, stikstof uit de lucht, via fotosynthese. Op land kom je altijd bij planten uit, in zee begint alles met de algen), kwam ik telkens bij een maïsveld in het mid-westen van de VS uit. Alle wegen leidden terug naar dat ene maïsveld. Ik was verbaasd hoe weinig biodiversiteit er onder al het eten ligt. Het maïs wordt door dieren omgezet in vlees. 50% van de calorieën in de friet, komt van de olie: en die is ook van maïs! De frisdrank: van maïssiroop. Van de 20 ingrediënten in kipnuggets kwam meer dan de helft van maïs. Ik kwam erachter dat maïs dé bouwsteen is van het Amerikaanse voedsel.”
Ik sprak erover met een bioloog. Die zei: “Ik kan zo’n Mc Donald maaltijd door de spectrometer halen en dan we kunnen we precies zien waar de koolstof oorspronkelijk vandaan komt. Als de koolstof uit maïs komt, kunnen we dat zien, want koolstofatomen veranderen niet als ze van planten in vlees worden omgezet.” Die meting voerden we uit. Het bleek dat de frisdrank voor 99% maïs was. De frietjes voor 50%. De hamburgers 70%. De kipnuggets  80% maïs. Enzovoort. Je zou die meting met de spectrometer ook met een stukje van je eigen lichaam kunnen uitvoeren, om te kijken voor hoeveel procent jezelf uit maïs bent opgebouwd. De gemiddelde fastfood eter is gemaakt van maïs.”

 

Hoe dit ontstaan is
“Toen stelde ik mezelf de vraag: hoe is dit ontstaan? Hoe hebben we de biodiversiteit verloren? De ontwikkeling van hybride maïs bleek stap 1. Daarmee konden kwekers hun investering beschermen. Een tweede stap was het beschikbaar komen van nitraat als kunstmest. Die is in 1911 uitgevonden. Het maken is een proces van hoge energie, op basis van diesel of gas. De hybride maïs is erop gekweekt om van kunstmest te groeien. Maar kunstmest is pas na WOII echt groot geworden. De overheid stimuleerde toen dat bommenproductie zou worden omgezet in kunstmest, want ze gebruiken hetzelfde uitgangsmateriaal. Dat geldt ook voor pesticiden: die komen uit zenuwgas. Iemand zei eens: feitelijk eten we nog steeds de restjes van WOII.”
“Subsidie is een ander aspect. Sommige boeren kunnen nu 200 tot 300 bushels maïs van een acre afhalen. Dat kan omdat er in de VS maar vijf soorten gewas gesubsidieerd worden waaronder maïs, soja, tarwe en aardappels. Vroeger had een boer 40 dieren. Hij had granen, kippen, 14 verschillende producten. In de loop der jaren liep dat terug. Nu teelt een boer maar 2 producten: maïs en soja. Als je nu naar het Mid-Westen van de VS kijkt, zie je het meest doorontwikkelde landschap ter wereld. 98 % is mensgemaakt: maïs, maïs, maïs, zover als je kunt zien. Het resultaat is een enorme overproductie. Dit heeft tot veel problemen geleid. Monoculturen zijn krachtig en efficiënt. Maar ze komen tegen hoge kosten. Ik ging naar de feedlots, en bezocht de raffinaderijen waar de maïs in allerlei andere stoffen wordt omgezet. De maïs bracht 1.7 dollar per bushel op. Dat is een enorme hoeveelheid eten voor weinig geld. Het kost de boeren echter 2 x zoveel om het te produceren. De boeren zijn dus afhankelijk van subsidie om geld te verdienen, en vaak nog een bijbaan van hun vrouw. Dit creëert een goedkoop-eten economie. Hiermee kan je frisdrank heel goedkoop maken. De porties enorm maken. De voedselindustrie heeft de afgelopen tientallen jaren al zijn intelligentie en talent gebruikt om maïs te verkopen, om van die enorme berg maïs af te komen. Dat geldt ook voor de biobrandstof. Ethanol is bedacht om van de maïs af te komen. Niet om energie te besparen. Want dat doet het niet.”

“De feedlots maakten het vlees goedkoop. Officieel heten ze CAFO’s. Ze zijn verbazingwekkend. De dieren staan er de hele dag in hun mest, ze leven 6 maanden, en zijn continu ziek. Ze worden 24/7 gevoed. Ze krijgen 90% maïs. Terwijl koeien helemaal gebouwd zijn om gras te eten. Met antibiotica worden ze in leven gehouden. Ze krijgen hormonen. Op die manier wordt 1200 pond stier gekweekt in 11 maanden. Daarom kosten de hamburgers minder dan een dollar.”
“Het is moeilijk om te vechten tegen goedkoop voedsel. Regeringen houden er niet van als het voedsel duurder wordt. In Amerika wordt hiervoor gezorgd door de maïs. En in toenemende mate de soja. De maïs levert de energie. Het soja levert de eiwitten.”

 

Wat zijn de gevolgen van dit systeem?
“Boeren gebruiken twee keer zoveel kunstmest als nodig, ze noemen dat oogstverzekering. De overtollige kunstmest spoelt uit in de Mississippi. Stroomafwaarts hebben sommige steden om de zoveel tijd een “blue baby alert”. De nitraatvervuiling van het drinkwater is dan zo groot dat baby’s vergiftigd kunnen raken. Er ligt daar nu een dode zone ter grootte van Massechusets, waar de stikstof het water totaal heeft doodgemaakt. Ook wordt in de VS nog Atrozine op 79% van de maïsvelden gebruikt. In Nederland is dit verboden. Een concentratie van 1,5 ppm in het water is genoeg om mannelijke kikkers hermafrodiet te maken.”
“Er zijn ook problemen met bacteriën. E-coli 0157 is ontstaan in de feedlots. Er ontstaat daar een zuur milieu waarin bacteriën muteren. E-coli 0157 is een nieuwe mutatie die een gifstof produceert die de nierfunctie van kinderen blokkeert. Deze bacterie duikt regelmatig op in de VS.”
“Er zijn nog maar 13 enorme slachterijen in de hele VS. Die slachten 400 koeien per uur. Dat levert natuurlijk problemen op. De mest komt vaak in het vlees. Er zijn allerlei high Tech oplossingen om het weer schoon te maken: zuurbaden, straling, etc. Maar basically komt er mest in het vlees terecht.”
“De regering betaalt 4 tot 5 miljard per jaar om al die goedkope maïs mogelijk te
maken.”
“En er zijn de kosten voor de gezondheidszorg. De frisdrank in de fastfood zaken wordt nu in 20 ounce , 48 ounce cups en 64 ounce cups geserveerd. Die laatste is echt een emmer frisdrank. Een half pond suiker. En er zijn mensen die dat opdrinken. Natuurlijk hebben we een epidemie van diabetes type 2. Van de kinderen die nu in de VS geboren worden, zal 1 op de 3 type 2 diabetes ontwikkelen. Dat betekent: 7 jaar minder levensverwachting, 90% kans op hartziekten, grote kans op blindheid.”
“En er is de vetzucht. De VS kent 60% overgewicht. Is dat het resultaat van goedkoop eten? Het begon in VS in de jaren ‘80. Dat was toen de productie van soja en maïs sterk begon te stijgen. Sinds 1980 produceren de boeren 600 calorieën per dag meer. We eten er daarvan 300 calorieën op. Vooral gehydrogeneerde soja en maïsstroop. Voedselmarketeers zijn er erg goed in om ons te overtuigen dit te eten. Onze hele voedseleconomie is erop gebaseerd om mensen meer te laten eten. Dit komt in conflict met de manier waarop ons lichaam is gebouwd.”

 

Brandstof
“We hebben in de VS nog maar heel weinig boeren, 1 miljoen. Een boer voedt gemiddeld 140 buren. Sommige boeren produceren voedsel voor 400 mensen. Dat is een unieke prestatie in de geschiedenis van de mensheid. Het kan alleen maar gedaan worden met enorme hoeveelheden fossiele brandstof. De grote input bestaat uit fossiele brandstoffen. Het wordt gebruikt voor het maken van kunstmest, voor pesticiden, de bewerking van voedsel, het transport, het verwerken in fabrieken, enzovoort. In 1940 werd er 2,3 calorie voedsel geoogst voor elke calorie fossiele brandstof. Nu zijn er 10 calorieën fossiel brandstof nodig om 1 calorie supermarktvoedsel te produceren. De enige echte “free lunch”, fotosynthese, is nu gebaseerd op fossiele brandstof. Als we eten, eten we aardolie en stoten we broeikasgas uit.”
“We krijgen de maïs echter niet meer allemaal opgegeten. George Bush gaf vorig jaar een mandaat om meer ethanol te produceren uit maïs, voor auto’s. Daarmee haalden we een zogenaamd groene technologie in huis. De maïs moest geconsumeerd worden, maar we hadden al een probleem met overgewicht. Het enige wat konden doen om zelf niet te exploderen, was de maïs aan onze auto’s te voeren. Voor de boeren leek het een geweldige maatregel. Het zorgde voor allerlei enorme prijsstijgingen. De boeren gingen minder soja, tarwe, et cetera planten; dus alle voedselprijzen gingen omhoog. Ongeveer 30% tot 35% van de dramatische prijsstijgingen in voedsel wereldwijd, is veroorzaakt door de beslissing van Bush om de productie van “biobrandstof” te vergroten. Ik denk dat de Amerikaanse overheid haar mening binnenkort zal gaat veranderen, want het is een ramp geweest. Bovendien is het geen groene maatregel. Je gebruikt een grote hoeveelheid olie om een bushel corn te groeien, die je vervolgens omzet in brandstof. Dus het is geen groene brandstof.”

 

Over de brief aan de presidentskandidaat
In de aanloop naar de laatste presidentsverkiezingen kwam er een vraag van de New York Times: “Kun je alles wat je hebt onderzocht in de afgelopen jaren eens bij elkaar zetten in een prikkelende brief aan de presidentskandidaten?”

Ik stelde mezelf ten doel om alles op zo’n manier op te schrijven dat het voor iedereen duidelijk was. Er zijn zoveel voorstellen en ideeën op het gebied van voedsel. Ik wilde proberen of ik met een compleet plan kon komen.
Beide democratische kandidaten spraken over klimaatverandering, gezondheid en energie. Maar ze spraken niet over eten. Terwijl dat als een schaduw achter die drie onderwerpen hangt. Voedsel werd nooit als een van de grote onderwerpen beschouwd. Maar dat is het nu wel aan het worden. Klimaatverandering en energie zijn een belangrijke verbindende factor.
Het energiegebruik voor voedsel is groter dan dat voor het wegverkeer. 20% van de energie gaat naar eten, van kunstmest tot transport.”
“We hebben waanzinnige systemen in werking. Bijvoorbeeld zalm. Wilde zalm uit Alaska is een prachtig product. We vangen een zalm in Alaska en brengen hem naar China om te fileren. Dan komt hij terug naar Californië om gegeten te worden. We laten ook kippen in Californië invriezen, naar China transporteren, in stukken snijden en het vlees van de borst halen, waarna ze terugkomen naar de VS. We importeren ook koekjes uit Denemarken en exporteren er koekjes naartoe; waarop iemand eens de vraag stelde: “Kun je niet beter recepten uitwisselen? En dat gebeurt allemaal met fossiele brandstof. Jullie eten ligt in mijn supermarkt, in Californië. Dus jullie kennen het verschijnsel ook.”

 

Wat is de oplossing?
“De uitdaging is: hoe ga je van fossiele brandstof weer naar zonne-energie. Als je dat zou kunnen doen, heeft dat veel goede gevolgen. Ik zeg niet dat we daar helemaal kunnen komen. Maar we kunnen een heel eind komen. Allerlei zaken zoals transport en het verwarmen van huizen zijn moeilijk aan te pakken zonder brandstof. Maar het produceren van eten is veel makkelijker: dat begint allemaal met fotosynthese. Fotosynthese is misschien inefficiënt, het rendement is maar 17%, maar het is de beste technologie die er is. Als je de zon maximaal wil benutten, zijn er drie gebieden waar je aan het werk moet om het voedselsysteem te hervormen:
1. De boerderij: die wil je maximaal gebruik van fotosynthese laten maken.
2. De markt: die wil je zoveel mogelijk regionaliseren.
3. De eter: daar wil je een verandering van eetcultuur bewerkstelligen.

 

De boerderij
“Wat is de belangrijkste truc van de natuur om zonne-energie maximaal te benutten? Dat is biodiversiteit. Een verscheidenheid aan organismen zorgt ervoor dat het zonlicht maximaal benut wordt, dat plagen geen kans krijgen om groot te worden. Biodiversiteit is de oplossing van de natuur voor bemesting en gebruik van pesticiden. Er zijn bekende voorbeelden van complexe vruchtwisseling (het roteren van gewassen over het bedrijf) die ervoor kunnen zorgen dat je minder mest nodig hebt en geen insecticide. Men zegt altijd: “Dat kan alleen bij kleine bedrijven.” Dat is niet waar. Er moet nog veel onderzocht worden om de mogelijkheden van vruchtwisselingen (met dieren en planten) uit te bouwen, maar er zijn goede voorbeelden. In Argentinië bestaat bijvoorbeeld een systeem waarbij het vee vijf jaar op grasland graast (wat de beste biefstuk ter wereld voortbrengt), vervolgens kunnen de boeren drie jaar lang graan telen zonder dat ze enige kunstmest of pesticiden hoeven toe te voegen. Het verschrikkelijk is dat men dit nu aan het omzetten is naar het Amerikaanse systeem van feedlots. De Argentijnse staat stimuleert dit. De boeren worden geprikkeld om GMO soja aan te planten. De Argentijnen kunnen dan iets goedkoper vlees eten, maar het is een milieuramp in wording. Het Argentijnse systeem zou echter makkelijk in het Mid-Westen overgenomen kunnen worden! De vraag is: hoe krijg je de boeren zo ver.”
“Een mogelijk oplossing is: als we de boeren nou eens belonen voor diversiteit, in plaats van productie. Voor het aantal dagen dat je veld groen is. Het aantal gewassen dat je teelt. De velden in Iowa zijn het grootste deel van het jaar zwart. Dan vindt dus geen fotosynthese plaats. Een vreselijk verspilling van zonne-energie.”
“Je zou ook kunnen subsidiëren op basis van de totale hoeveelheid koolstof die wordt geproduceerd, in plaats van de hoeveelheid maïs. Dan stimuleer je ook een jaarrond systeem.”
“Er zijn in principe drie mogelijkheden voor een aanpak. Je kunt de landbouw zijn gang laten gaan. Je kunt de boeren straffen voor wat ze fout doen. Of je gebruikt een regime van beloning en straf, “carrots en sticks”. Je kunt boeren betalen voor hun vermogen om koolstof in de grond vast te leggen. Een biologisch veld kan 3,5 ton CO2 per acre vastleggen. Dat kan steeds beter gemeten worden, en daar wordt aan gewerkt. Als boeren daarvoor betaald worden, betekent dat meer compostering en meer biologische landbouw. Je kunt nog andere incentives bedenken. Voor landbouw draait het allemaal om multifunctionaliteit van middelen. Koolstof is de sleutel.”
“Je moet ook het vee terug naar de boerderij brengen. Nu is de mest een vervuiling op de feedlots. Wendell Berry zei eens: het idee om dieren van boerderijen af te halen en over te brengen naar feedlots komt erop neer dat je een perfecte oplossing beetpakt en hem keurig verdeeld in twee problemen: een vruchtbaarheidsprobleem op het land en een vervuilingprobleem op de mesterij.”
“We moeten stoppen met het subsidiëren van maïs. Die krijgt dan weer een realistische prijs en kunnen de feedlots niet meer onder kostprijs produceren. Dus komen er dieren terug naar de boerderij.”
“De vraag die je dan krijgt, is: kan zo’n landbouwsysteem de wereld voeden. Het antwoord is “ja, als je genoeg boeren hebt.” Die hebben we nu niet in de VS. Dat betekent dat we boeren moeten opleiden en het beroep aantrekkelijk moeten gaan maken. In de ontwikkelingslanden werken echter nog steeds heel veel mensen op land. Daar ligt dus veel potentieel. We moeten echter ook meer mensen trainen en het makkelijker maken om boer te worden. Nu is het heel moeilijk om boer te worden. We kunnen land leasen aan boeren. En we moeten de wetgeving veranderen die het boerenbestaan nu onaantrekkelijk maakt.”

 

De markt

 

Cultuur
“We houden in de VS van McDonald’s. De opkomst van McDonald’s ging gelijk op met een daling van familie-inkomens. We hebben altijd een slechte eetcultuur gehad. Maar het verandert nu. Chef-koks leren ons nu nieuwe dingen. Koks werden in het verleden nooit beschouwd als belangrijke krachten voor maatschappelijke verandering. Maar dat verandert nu. Daarom gaan we straks genieten van een maaltijd door een geweldige chef die al jaren werkt met de natuurlijke keuken: Eric van Veluwe.”


Vragen en opmerkingen na de lezing en tijdens diner

 

Biochar
Vragensteller: “Ik voel me er niet helemaal makkelijk bij als u over koolstof vastlegging spreekt. Wel als u spreekt over het beperken van gebruik van fossiele brandstof.”

Pollan: “We moeten beide wegen bewandelen. Het kooldioxidegehalte in de atmosfeer is nu 350 ppm, dat mag niet hoger worden. We moeten ook werken aan middelen om carbon uit de atmosfeer te halen. Er zit veel potentie in “biochar”. Dat is een oude techniek uit de Amazone. Onlangs is gebleken dat de bodem van de Amazone grotendeels door mensen is gemaakt. De indianen verkoolden daar hout onder omstandigheden van lage zuurstof. Dan werd de koolstof begraven. Dit levert zeer vruchtbare grond op die zeer stabiel is, met een verbeterde watercapaciteit. James Lovelock, de man die de Gaia hypothese opstelde, is zeer pessimistisch gesteld, en ziet het op grote schaal toepassen van biochar als hoop.”

 

Waar ligt de macht?
Vragensteller: “Waar ligt de macht om agrarische aanpak te beïnvloeden?”

Pollan: “Een groot deel van de macht ligt bij zaadbedrijven en toeleveranciers. Vanaf het moment dat er jurisdictie kwam dat je leven kon patenteren, gingen er gigantische bedragen naar agrarisch onderzoek vanuit het bedrijfsleven. Monsanto financiert een groot deel van de landbouwopleidingen in de VS. Zelfs in mijn eigen universiteit. Hoe kun je de bedrijven uit die rol duwen? Met meer geld van de overheid. We kunnen voor ons onderzoek niet vertrouwen op die bedrijven.”

 

Technologie
Vragensteller: “Bent u voor of tegen technologie?


Pollan: “Ik ben beslist niet voor een teruggang naar traditionele landbouw. Ik ben voor technologie. Biologische landbouw is post-industrieel, niet pre-industrieel. Maar we moeten een breder begrip van technologie omarmen. Het rotatiesysteem in Argentinië dat ik beschreef, is ook een vorm van technologie, niet alleen dat zaad van Monsanto.”
“Op dezelfde manier moeten we wetenschap breder definiëren. Een boer die zeer geavanceerde polyculturen uitdenkt, is ook bezig met wetenschap. Sommige boeren zijn briljant. Bijvoorbeeld Joel Salatin, een boer waar ik een week werkte als research voor een artikel. Volgens mij is hij een van de meest briljante wetenschappers die ik ken. Hij heeft ongelofelijke wisselwerkingen tussen de verschillende organismen op zijn boerderij tot stand gebracht, die een enorme productie tot gevolg hebben, terwijl de kwaliteit van de bodem is verbeterd. Hij heeft een bedrijf ten westen van Washington DC. Een droog gebied van 400 acres , grofweg 200 hectare . Het enige pluspunt is goed gras. Dat is dus een goede plaats om dieren te kweken, want dieren kunnen gras verteren. Als je een gebied hebt dat bruikbaar is voor gras, maar niet voor groenten, zijn dieren de beste oplossing. Hij heeft 6 soorten dieren, waarvan 2 soorten kippen, verder konijnen, runderen, varkens en soms lammeren. Elk dier is in symbiose met een ander dier. Hij heeft alles in gebiedjes ingedeeld en is continu alles aan het verplaatsen. Zijn inzicht is: je moet niks op een vaste plek laten staan. Je moet de dieren verplaatsen. Zijn vader was daar al mee begonnen. Die had gezien dat koeien op een hete dag onder de bomen gaan staan, met als gevolg dat alle mest daar ook neervalt. Zijn vader bedacht dus een gigantische draagbare schaduwtent. Die verplaatste hij over het veld. Twee mannen kunnen hem verplaatsen. De koeien gaan mee met de schaduw en de mest komt op het hele veld.”
“Joel Salatin heeft allerlei rotaties bedacht: hij zag dat vogels herbivoren volgen. Dus bedacht hij een systeem met kippen en koeien. Hij heeft 100 koeien, die verplaats hij elke dag. Hij zet ze op stukjes land van een kwart acre (1/8 hectare). Die bakent hij af met lichtgewicht  elektrische hekken. Je kunt die in je eentje verplaatsen, en dat doet hij elke dag. In een dag eten de koeien alles op wat er in binnen de omheining staat. Daardoor krijg je geen verslechtering van de weide, door selectiviteit in het grazen. Na een dag is het gras op en zijn de dieren hongerig, hebben zin om verder te gaan. Joel zet een nieuw hek op; doet het oude hek open en de dieren gaan meteen naar het nieuwe terrein; die hebben dat verse gras al gezien. En Joel doet dat ’s avonds, want dan is het gras het zoetste en lekkerste; als het de hele dag zon heeft opgenomen. Met het lege stuk grasland wacht hij 3 dagen, en dan rijdt hij de “eggmobile” binnen. Een verrijdbare kippenstal met 300 kippen. Dit doet hij ’s morgens vroeg. En alle kippen vallen als een werklijn aan op de koeienvlaaien. Ze eten namelijk de vliegenmaden in de koeienvlaaien; dat is hun lievelingskost. En terwijl ze daarin krabben, verspreiden ze de mest over het hele veld. En Joel is van de vliegen af, hij heeft geen vliegenprobleem! Waarom wacht hij drie dagen? Omdat hij weet dat de larven er 3 dagen over doen om een mooi formaat te bereiken. Na vier of vijf dagen komen de vliegen uit, dus dat zou te lang zijn. Met deze methode hebben de kippen 30% minder voer nodig, en ze krijgen genoeg eiwit. Terwijl ze eten, bemesten ze het veld met hoogwaardige mest. Joel weet precies hoe lang hij de kippen daar moet laten staan, om niet teveel stikstof te krijgen. Dan haalt hij de kippen weg en laat het veld 6 weken met rust. In die tijd maakt het gras een enorme groeispurt, prachtig groen. En dan brengt hij de lammetjes, of gaat hooi snijden.”
“Dit is ook wetenschap in verbrede zin. Allerlei boeren komen zonder hulp van de wetenschap tot prachtige technologie.”

 

Kan die boer ooit op vakantie?
Vragensteller: “Kan die boer ooit vakantie nemen?”

Pollan: “Toen ik in Iowa research deed, vroeg ik een boer: hoeveel werk moet je echt doen? Het bleek dat die boeren werken maar 5 of 6 weken per jaar echt werken. Joel Salatin werkt het hele jaar. Hij kan alleen weg als zijn zoon hem vervangt. Historisch gezien zijn de dieren mede van de boerderij weggegaan om te zorgen dat boeren ook vakantie kunnen nemen. Als je deze vraag aan Joel zou stellen … het is voor hem echt een “labour of love”. Hij wordt elke dag intellectueel uitgedaagd. Hij moet zes verschillende species helemaal begrijpen. Op dit moment is het in de VS zo dat je niet per se slim of observerend hoeft te zijn om een goede boer te zijn. Biologische boeren moeten veel beter opletten wat er in hun gewas en met hun dieren gebeurd. Als een plaag komt, moeten ze die insecten begrijpen, want ze kunnen niet spuiten. Joels model is zich momenteel aan het verspreiden. Veel boeren doen nu wat hij doet. En het heeft een geweldige potentie in de derde wereld. Joel heeft 3 werkkrachten voor 500 hectare . En per 100 hectare produceert hij, naar ik meen, 50.000 pond rundvlees, 30.000 pond varkensvlees, 50.000 dozijn eieren, 1000 konijnen, enzovoort.

 

Wat is de macht van consumenten?
Vragensteller: “Zijn consumenten geen slachtoffer van grote ontwikkelingen? Wat is de macht van consumenten?”

Pollan: “Je kunt er vanuit twee perspectieven naar kijken. Sommigen kijken ernaar vanuit het perspectief van klasse. Mensen die arm zijn en uit een lagere klasse komen, eten gemiddeld slechter. Je kunt ook kijken vanuit de volksgezondheid. We snappen nu het probleem dat speelt. Je kunt het als een experiment zien. We hebben fast food gegeten en we weten nu wat het oplevert. We moeten daarom stemmen met onze vork: elke keer als je boodschappen doet, heb je een hele belangrijke stem! Het bestaan van biologisch is het resultaat van consumentenkeuzes. Ik hou trouwens niet van woord consument. Noem ons geen consumenten, maar noem ons liever co-producenten. Want wij produceren de realiteit mee. Het gaat om “empowerment”. Klimaatverandering en de financiële crisis geven een gevoel van machteloosheid. Maar als eter heb je macht. Je heb macht door je koopkracht. Door protest van haar klanten moet Wal-Mart nu melk zonder hormonen verkopen. Die macht van de burger begint al heel vroeg.
Als baby weiger je die vork eten die naar je toe komt. Je draait je hoofd weg. Daar ligt het begin van politiek. Van keuzes maken. Eten heeft een geweldige macht.
 
Voorbij het zero-sum principe
Vragensteller: “Hoe denkt u over de uitwisseling tussen mens en natuur?”

Pollan: “Men denkt vaak vanuit het nul-som principe over natuur: als de mens meer wil, krijgt de natuur minder. En andersom. Maar dat is achterhaald. Er zijn landbouwsystemen die boven het nul-sum principe uitstijgen. Het woord consument suggereert een continue reductie. Maar je kunt het systeem zo inrichten, dat alle deelssystemen erbij winnen. Als we terugkijken naar het voorbeeld van Joe Salatin, gaat dat op. Wanneer in die wei waar de koeien staan, de grassen opgegeten zijn, laten ze een deel van hun wortels los. Dat is een natuurlijk evenwicht in de plant. Die wortels worden afgebroken door micro-organismen tot compost. Dus als het gras gegeten word, komt er compost in de grond. Dus door het afeten van het gras in die polycultuur komt er dus meer organisch materiaal in de grond. Aan het eind van het jaar heeft Joel niet alleen heel veel voedsel, maar hij heeft ook meer bodemkwaliteit, meer biodiversiteit. Dus je kunt met slimheid en aandacht de natuur vruchtbaarder maken, herstellen, en er tegelijk eten vanaf halen. Dit is het beste nieuws dat ik ooit heb gehoord. De vraag is dus of nog meer systemen zoals dat kunnen ontwerpen.”
 
Kun je hiermee de hele maatschappij bedienen?
Vragensteller: “Het is een mooi idee dat je met de vork kan stemmen. Maar kun je dat tot alle maatschappelijke klassen uitbreiden?”

Pollan: “Iedereen kan kiezen met zijn vork. Maar biologisch en duurzaam eten zal nooit zo goedkoop zijn als goedkoop eten. Want de prijs van dat eten is de echte prijs. En gangbaar eten heeft niet de echte prijs. De opkomst van fast food ging samen met het dalen van gezinsinkomens en de noodzaak voor vrouwen om te werken. Het uitgangspunt in de vooroorlogse economie was “Fordism”: je moet je werkers genoeg betalen zodat ze zelf een auto kunnen kopen. Dat duurde tot ergens in de jaren ‘70. Nu zitten we in een omgekeerd Fordism: we betalen je zo weinig dat je alleen ons slechte eten kan betalen! Arme mensen kopen de goedkoopste calorieën. Er worden nu bijstandsbonnen in de VS uitgegeven die alleen op boerenmarkten uitgeven kunnen worden.”

 

De macht van de retail en van consumenten
Vragensteller: “De retail heeft veel meer macht dan de boeren. Moeten we geen voorschriften en regels hebben voor de retail? Bijvoorbeeld dat ze 50% regionaal moeten verkopen?

Pollan: “Je zou een belasting op junk food en frisdrank kunnen instellen. Maar de VS heeft een heel erg vrije markt - hoewel we nu overwegen de banken te nationaliseren. Sommige producten noemen we junk food, maar dat is nog steeds een compliment, want we noemen het food - voedsel. Dat is het niet. Dan moet je het ook niet zo noemen. Als het geen “voedsel” zou heten, zouden uitkeringsgerechtigden in de VS het niet kunnen kopen. Maar dit soort ideeën komt in de VS niet ver. De retailers zijn enorm groot en machtig. Maar als je een groot bedrijf overtuigt om te veranderen, heeft het een enorme invloed! En dat kan via de consument heel makkelijk. McDonald’s weigerde een paar jaar geleden GMO aardappels; dat heeft het GMO-aardappelproject vernietigd. Monsanto haalde het product binnen een jaar van de markt af. Met een paar telefoontje naar de consumentenlijn kun je al enorme invloed uitoefenen. Retailers nemen kleine aantallen consumenten zeer serieus. Retailers zijn doodsbenauwd voor de afkeuring van consumenten. Je hoeft maar 25 brieven of telefoontjes te plegen met McDonald’s om een onderwerp op de agenda van de bestuursvergadering te krijgen!

 

De essentie van een bedrijf in de voedingsindustrie
Vragensteller: “Wat is de essentiële taak van een food Company”

Pollan: “Feitelijk: geld verdienen voor de aandeelhouders”.

 

Internationale handel
Vragensteller: “Wij moeten een boete betalen aan de VS omdat we vlees met hormonen weigeren. Hoe ga je om met internationale handelsverplichtingen”

Pollan: “Traditie is een belangrijke factor in de manier waarop een volk met voedsel omgaat. Voedsel is niet een hoopje chemicaliën, en we moeten niet gedwongen worden om dingen te eten die we niet willen eten. De VS wilde geen tonijn die gevangen was ten koste van dolfijnen, maar volgens de WTO mochten we dat niet weigeren. De WTO ziet eten als een hoop chemicaliën, en is niet geïnteresseerd in de manier waarop het wordt geproduceerd.”

 

Nieuwe economische modellen
Vragensteller: “Rondom multifunctionele landbouw zie je dat vele initiatieven uit de normale handelsstructuur stappen. Je ziet nieuwe manieren van financiering om samen met boeren nieuwe producten van hoge kwaliteit in de markt te zetten. Zijn daar geen mogelijkheden?

Pollan: “Er wordt veel geëxperimenteerd in VS, bijvoorbeeld in New England. In een bepaalde gemeente hebben ze daar een nieuwe munteenheid ontwikkeld die alleen in de stad is te besteden. Ook het co-opt model is interessant. Ik volg dit met grote belangstelling. Als je  aandeelhouderswaarde het enige ijkpunt maakt, creëert dat enorme problemen voor de omgeving. Ik hoorde over een nieuw idee, in navolging van slow food: slow money. En kijk naar deze bank Triodos: die is bereid wat winst in te ruilen voor meer duurzaamheid.”

 

Prijsbewust, toch waarden
Vragensteller: “De Nederlands consument wil goedkoop inkopen, maar heeft toch ook waarden. Hoe kunnen deze verenigd worden?”

Pollan: “We moeten verhalenvertellers zijn. Maar de verhalen moeten waar zijn. Daarom moet de voedselketen transparant zijn. De VS is net zo als Nederland: ook daar willen mensen goedkoop eten, maar ze hebben ook waarden.”

 

“Slechte” bedrijven in de hoek?
Vragensteller: “Ik vertegenwoordig in mijn werk veel van die “slechte bedrijven” die u aanvalt. Toen ik uw artikel las, was ik onder de  indruk. Maar deze discussie geeft me een oncomfortabel gevoel. Ik heb gevoel dat we nuance niet raken; ik krijg het idee dat traditie hier meer waarde heeft dan wetenschap. Maar de mensen die ik vertegenwoordig doen hun best om de mainstream productie ook beter te maken. Heeft u wel oog voor de kwetsbare ontwikkelingen die momenteel plaatsvinden? Veel mensen werken uit persoonlijke passie aan de zelfde issues, ook vanuit de industrie.”

Pollan: “Ik geloof heel sterk dat alle stappen belangrijk zijn, ook kleine stapjes. Ik snap dat de landbouw die ik beschrijf, als een belediging of kritiek kan worden ervaren. Er is veel spanning tussen die verschillende velden in de wereld. We moeten de mensen met wie we het oneens, inderdaad niet demoniseren. Verandering is moeilijk. Er zijn momenten waarop het zelfmoord is, om je te bewegen. Als je 6 maanden geleden had gezien wat er ging gebeuren, in de financiële sector, en je had je er volledig uit getrokken, dan zou je ontslagen zijn en geen geld meer verdienen. Het is heel moeilijk om uit een systeem te komen, ook al zie je dat het niet klopt. Als je ziet dat je in een goedkoop systeem werkt, waarvan je weet dat het misschien het eind van goedkope olie niet kan overleven, wat dan? Kleine dingen zijn zinvol, een beetje geld investeren in een waanzinnig idee, een kleine onderneming aan de zijkant beginnen. Dat is ongelofelijk waardevol. Het planten van nieuwe ideeën is iets wat veel grote ondernemers doen. Er zijn grote gangbare telers die 500 acres van hun 5000 acres bio maken. Dan komen ze erachter dat composteren leuk is. Ze waren niet van plan om biologisch te gaan werken, maar door uit te proberen komen ze erachter dat ze er mee verder kunnen.”
“Nu duurt het drie jaar om om te schakelen, dat is erg lang.”
“We moeten die middengrond betreden om elkaar te vinden. Ook al bewaken we onze uitgangspunten, we moeten elkaar benaderen en niet defensief worden, niet bang zijn voor verandering en vernieuwing. En aan de andere kant moet je niet aannemen dat je met het evil empire te maken hebt. We hebben allemaal een gemeenschappelijk belang en ethiek. We moeten elkaar ergens vinden.”

Bron: Biological

 

Top
©Warriors For Health - FreePeopleAgency  | lizzy@warriorsforhealth.com