Home
Warriors For Health
Wie ben ik?
Geschiedenis
Gezondheidsnieuws
Onderzoeken
Food for Thought
Gezonde voeding
Medicinale Cannabis
Kruiden-Specerijen
Gezonde recepten
Natuurlijk mooi
Natuurwinkel
Nieuwsbrief archief
Boeken en DVD's
Filmpjes
Lezingen
Ander nieuws
links
Contact
Gastenboek
Fotoalbum
Disclaimer
Insulineresistentie en overgewicht

Overgewicht en obesitas vormen een sterk groeiend probleem. In de Verenigde Staten en Groot Brittannië heeft meer dan 50% van de bevolking overgewicht. In Nederland, België, Frankrijk en in de Scandinavische landen is ongeveer 40% van de mannen, en 30-40% van de vrouwen te zwaar.

Overgewicht is een belangrijke risicofactor bij een groot aantal chronische aandoeningen. In “The New England Journal of Medicine” wordt aangegeven dat zelfs een kleine hoeveelheid extra lichaamsvet de kans op aandoeningen vergroot en de totale levensverwachting negatief beïnvloedt.

 

Helft volwassen bevolking volgt dieet

Het aantal mensen dat één of andere vorm van dieet volgt is dan ook enorm. Door de tijd heen werden heel veel verschillende diëten ontwikkeld rondom bepaalde biochemische theorieën. Enkele voorbeelden hiervan zijn diëten gebaseerd op:

  • voedingsgerelateerde thermogenesis

  • het metabolisme van vetcellen

  • activiteiten van het sympathisch zenuwstelsel

  • calorierestrictie

Niet vet maar vooral koolhydraten oorzaak overgewicht

Het idee dat overgewicht voornamelijk wordt veroorzaakt door een overconsumptie van vet is hardnekkig. Uitgangspunt bij dit denken is dat iedere calorie hetzelfde is. Dit is echter onjuist omdat de hormonale consequenties van calorieën uit koolhydraten wezenlijk anders zijn dan van die uit vetten of eiwitten.

De belangrijkste oorzaak van overgewicht lijkt echter niet de vetconsumptie maar insuline-resistentie te zijn.

Illustratief hiervoor is de manier waarop het vee in onze moderne veeteelt zo snel mogelijk wordt “vet-gemest”. Dit vetmesten gebeurt namelijk niet met vetten zoals boter, olie, reuzel of melkvet, maar vooral met maïs, dat slechts 5% vet bevat maar wel 90% koolhydraten!

Dan is er ook nog de zgn. “Franse paradox”. Deze houdt in dat in Frankrijk veel meer vet wordt gegeten dan in Amerika (b.v. 4 maal zoveel boter ) maar dat er veel minder overgewicht voorkomt dan in Amerika. Heel opvallend is daarbij dat de Fransen 5 maal zo weinig suikers gebruiken als de Amerikanen.

 

Zetmeel werkt als snelle suikers

Bekend is dat geraffineerde suikers het bloedsuiker- en insulinegehalte binnen enkele minuten verhogen. Sucrose, glucose, fructose (mono- en disachariden) nemen zo’n 22% van de totale calorieconsumptie bij jong en oud voor hun rekening. Zetmeel lijkt het bloedsuiker- en insulineniveau iets minder snel te laten stijgen. Het moderne geïndustrialiseerde zetmeel zoals witte bloem, maïs(zet)meel en aardappels dat wordt verwerkt in o.a. deegwaren, brood, cakes, mais- en aardappelchips, tortilla’s en gebak wordt echter even snel geabsorbeerd als geraffineerde suikers.

 

Twee soorten zetmeel

Zetmeel bestaat voornamelijk uit twee verschillende typen: amylose en amylopectine. Beide worden verteerd door het enzym amylase. Amylose is een lange keten van glucosemoleculen die opgerold ligt en door amylase slechts langzaam verteerd worden. Het vrijkomen van glucose bij amyloserijke producten als b.v. gerst, rogge e.d. verloopt dan ook vrij langzaam.

Amylopectine bestaat uit vertakte glucosemoleculen die gecombineerd met amylase makkelijk worden verteerd. Hierdoor wordt de glucose snel opgenomen en stijgt de bloedsuikerspiegel snel. Vooral tarwe, maïs en aardappels zijn rijk aan amylopectine.

 

Insuline-glucagon connectie

Dat insuline een zeer belangrijke rol vervult bij o.a. overgewicht blijkt uit het feit dat insuline het “opslaghormoon” is. Glucagon daarentegen wordt aangemerkt als het “verbruikhormoon”. Wanneer er qua voeding een balans is tussen insuline en glucagon, vullen deze 2 hormonen elkaar goed aan.

Insuline zorgt ervoor dat glucose als energie in de cel wordt verbrand of als glycogeen in lever en spiercellen wordt opgeslagen. Ook zorgt insuline ervoor dat de glucose die dan nog overblijft wordt opgeslagen in de vetcellen. Glucagon zorgt ervoor dat de ‘deuren’ van de vetcellen worden geopend en dat deze weer als energie verbruikt kunnen worden.

Wanneer insuline hoog is, is glucagon laag. Als het insulineniveau daalt gaat het glucagon-niveau omhoog. Van deze twee hormonen is insuline het dominante hormoon. Deze balans tussen insuline en glucagon is van eminent belang voor een goede balans tussen energie en vetopslag. Wanneer er weinig voedselaanbod was, zoals bijvoorbeeld in de prehistorie, was het de insuline die mensen in leven hield. In deze tijd van overvloedig voedselaanbod in de westerse wereld kan een hoog insulineniveau letterlijk de dood tot gevolg hebben. Geschat wordt dat overgewicht voor 90% wordt veroorzaakt door insulineresistentie!

Overgewicht door insulineresistentie is het best zichtbaar op en rond de buik. Deze inwendige vetten zitten rond de organen (darmen, lever, galblaas, alvleesklier e.d.). Dit vet is voornamelijk metabool actief en wordt o.a. gevormd door een hoog insulineniveau in het bloed. Op hun beurt stimuleren deze vetten weer insuline-resistentie. Het subcutane vet op de heupen en dijen is voornamelijk bedoeld als lange termijn opslag.

 

Hoe insuline de opslag van vet bevordert

  • Lipogenesis (vetopslag)
    Insuline stimuleert vetcellen om vet en glucose op te nemen uit het bloed en op te slaan als lichaamsvet; in het bijzonder in het midden van het lichaam, in de buik en de vitale organen.

  • Lipolysis (vetafbraak)
    Insuline gaat de afbraak tegen van opgeslagen vet in het lichaam voor gebruik als energie.

  • Carnitine
    Insuline vermindert de concentratie carnitine in de lever. Carnitine promoot de opname van vetzuren in de mitochondria van de cel voor energiegebruik (ATP).

  • HSL – LPL  Aan de oppervlakte van cellen bevinden zich twee enzymen die de stroom van vet in en uit de cellen controleren. LPL (lipo proteïn lipase) transporteert vetzuren in de vetcel en houdt ze daar. HSL (hormone sensitive lipase) doet het tegengestelde. Het maakt vet vrij uit de cellen om afgegeven te worden aan het bloed vanwaar het getransporteerd wordt naar andere cellen om als energie verbruikt te worden.

Insuline stimuleert LPL en gaat de werking van HSL tegen. Het andere hormoon dat in de alvleesklier wordt geproduceerd, glucagon, doet precies het tegengestelde als insuline en stimuleert daardoor HSL.

Amylase is het enzym dat in het menselijk lichaam voedingszetmeel (koolhydraten) omzet naar glucose (bloedsuiker). Reeds in de veertiger jaren van de vorige eeuw was er belangstelling om dit enzym af te remmen aangezien theoretisch een gecontroleerde reductie van zetmeelvertering een krachtige ondersteuning kan zijn bij gewichtscontrole en insulineresistentie.

Top
©Warriors For Health - FreePeopleAgency  | lizzy@warriorsforhealth.com