Home
Warriors For Health
Wie ben ik?
Geschiedenis
Gezondheidsnieuws
Onderzoeken
Food for Thought
Gezonde voeding
Medicinale Cannabis
Kruiden-Specerijen
Gezonde recepten
Natuurlijk mooi
Natuurwinkel
Nieuwsbrief archief
Boeken en DVD's
Filmpjes
Lezingen
Ander nieuws
links
Contact
Gastenboek
Fotoalbum
Disclaimer

De voedselindustrie creëert eetverslaving

Hoe de voedselindustrie ervoor zorgt dat we blijven dooreten via een combinatie van wetenschap en marketing.

In het centrum van Toronto staat Pat Guillet in haar keuken groenten te snijden voor het avondeten en ze weet dat ze de arena is binnengetreden. 'Iedere keer dat je boodschappen gaat doen, of je keuken binnengaat, betreed je een oorlogsgebied. Je moet echt goed voorbereid zijn voordat je aan de slag gaat', zei ze. Ze besluit van te voren precies wat ze gaat eten en dwingt zichzelf om zich aan dat plan te houden. Want ze weet dat ze slechts één zoete hap verwijderd is van de weg terug naar de hel. Pat Guillet is eetverslaafd. 'Ik at zoveel totdat zelfs bewegen pijn deed. En dan ging ik maar gewoon op bed liggen en wenste ik dat ik dood was', zei ze. Ze heeft na een lange worsteling haar verslaving eindelijk onder controle en nu helpt ze anderen eetverslaafden om bewerkte voedingsmiddelen te vermijden. 'Tja, zelfs het zien van de verpakkingen wekt het verlangen op', zei ze.


Verlangen.

Het overkomt niet alleen eetverslaafden. De meeste mensen hebben de impuls wel eens gevoeld om een favoriete voorverpakte snack te halen en op te eten. In Toronto is kort geleden een billboard geplaatst waarop de intentie om je nog een volgende snack te laten eten duidelijk wordt vermeld, in grote letters die boven de straat hangen. Het is een afbeelding van een doos crackers met de belofte 'Je wilt er nog een'. Ze weten dat je er nog een wilt, omdat ze het nodige onderzoek hebben gedaan om daarvoor te zorgen.


'Deze bedrijven gebruiken harde wetenschap om erachter te komen hoe we aangetrokken worden tot eten en hoe zij hun voedingswaren aantrekkelijk kunnen maken voor ons', zegt Michael Moss. Deze onderzoeksjournalist van The New York Times is vier jaar bezig geweest om de geheimen van de wetenschappers van de voedingsindustrie te ontrafelen. 'Dit was net een detectiveverhaal voor mij. Ik kon bij deze bedrijven binnenkomen en mijn handen leggen op duizenden pagina's met inside informatie en de wetenschappers en directeuren zover krijgen dat zij de geheimen onthulden van hoe zij te werk gaan', zei hij. Zijn ontdekking leverde de titel van zijn nieuwe boek op: Salt, Sugar, Fat: How the Food Giants Hooked Us (Zout, suiker en vet: hoe de voedselreuzen ons verslaafd maken -vertaler).


'Ik was stomverbaasd', zei hij. 'Ik heb tijd doorgebracht met de meest vooraanstaande wetenschappers bij de grootste Amerikaanse bedrijven. Het is verbazingwekkend hoeveel wiskunde, wetenschap, regressieanalyse en ander werk zij er in stoppen om de perfecte hoeveelheid zout, suiker en vet te vinden voor hun producten zodat wij ze heerlijk vinden en hun producten de winkels uitvliegen. Zo zorgen zij ervoor dat wij meer kopen, meer eten en... ervoor zorgen dat zij meer geld verdienen.'


Bruce Bradley is niet verbaasd. Hij was vroeger werkzaam als manager in de voedselindustrie en heeft 15 jaar gewerkt bij General Mills, Pillsbury en Nabisco, waar hij verantwoordelijk was voor een aantal bekende merken als Honey Nut Cheerios en Hamburger Helper. Maar op een dag realiseerde hij zich dat hij dit werk niet meer kon doen. 'Er waren absoluut momenten dat ik me ongemakkelijk voelde of me zorgen maakte over waar ik mee bezig was', zei hij. 'Ik denk dat dat uiteindelijk een van de redenen was waarom ik deze bedrijfstak verlaten heb. Je begint inzicht te krijgen in producten en je gaat beter begrijpen hoe consumenten ze gebruiken. Dan zie je trends als overgewicht en andere gezondheidsproblemen die toenemen, hoofdzakelijk als gevolg van het soort voedsel dat we eten. Dat maakte het moeilijk voor mij om niet eens goed te kijken naar wat ik aan het doen was.' Nu schrijft hij een blog waarin hij kritiek uit op de voedingsmiddelenindustrie. 'Ik besloot om me uit de industrie terug te trekken en uiteindelijk ook mijn mond open te doen in de hoop dat mensen zich meer bewust worden van dit onderwerp', zei hij. 'De producten die we eten en drinken, die door veel van deze grote bedrijven zijn gemaakt, zijn helemaal niet zo gezond voor ons en we zouden daar nog eens goed over na moeten denken', zei hij. 'Deze producten zijn zo gemaakt dat ze ervoor zorgen dat je er steeds meer van wilt eten. Ze proberen hun aandeel in jouw maag te vergroten.'


Een zoektocht op Google naar de patenten die de voedingsindustrie heeft, biedt een inkijkje in de complexe technische processen die komen kijken bij het maken van zoiets simpels als een cracker. Blader door de wetenschappelijke tijdschriften, of lees de publicaties van de voedingswarenindustrie en er doemt een beeld op van een leger aan chemici, natuurkundigen en zelfs neurowetenschappers, die allemaal samenwerken om te zorgen dat jij dat tweede koekje wilt. En om het onderzoek te begrijpen, moet je het jargon kennen. Er wordt gesproken over 'mondgevoel', 'maximale bijtkracht', en het belangrijke concept van 'sensorisch specifieke verzadiging', de snelheid waarmee een voedingsmiddel zijn aantrekkelijkheid verliest tijdens het eten. 'Deze uitdrukking wil zeggen dat als een product één overheersende smaak heeft, en die is lekker, dan vinden we dat product aanvankelijk ook heel erg lekker, maar we worden het wel snel zat', zei Moss. 'En dus doen de bedrijven er alles aan om hun producten niet te flauw te maken, maar een mix te vinden die precies goed is.'


Dat zorgt ervoor dat mensen niet te snel het gevoel krijgen vol te zitten en niet te snel stoppen met eten. 'Als de smaak te sterk is, zal men ophouden met eten... en snacks dienen aan een stuk door gegeten te worden totdat de verpakking leeg is', schreef Thorton Mustard in 2002. Hij was consultant in de voedingsindustrie die al in een vroeg stadium een aantal van de geheimen van de industrie onthulde, in een boek getiteld The Taste Signature Revealed (De onthulling van de smaak -vertaler). Hij schreef dat het gevoel vol te zitten, oftewel verzadiging, 'een gevaarlijke vijand is voor een product'. Mustard beweerde dat hij voedingsmiddelenfabrikanten kon helpen producten te ontwikkelen die gegarandeerd eigenschappen hadden die ervoor zorgden dat de consument er meer van zou eten. Het zou ook helpen, adviseerde hij, als het eten makkelijk te kauwen was. 'Als mensen lang zouden moeten kauwen om van de smaak van het voedsel te kunnen genieten, zouden ze langer bezig zijn met eten en het eten zou beter verteerd worden. Dan wordt het gevoel van verzadiging veel eerder bereikt. Mensen zouden minder eten nodig hebben', schreef hij.


Thornton Mustard is gepensioneerd en kon niet bereikt worden voor commentaar, maar Chris Lukehurst zet zijn werk voort via The Marketing Clinic, het adviesbureau dat Mustard heeft opgericht. 'Mensen lezen dat boek en nemen dan soms contact met ons op om te vragen of we deze dingen echt kunnen doen. Want we hebben een probleem en we denken dat jij het kunt oplossen', zei Lukehurst. Over de kunst mensen meer te willen laten eten, zegt Lukehurst het volgende. 'Bij sommige producten, zoals de meeste zoutjes, is het zo dat de producent wil dat de consument voortdurend blijft eten. Dus als je een hap hebt doorgeslikt, wil je meteen weer een handvol nemen. Dit bereiken producenten vaak door te zorgen dat het product vooraan in de mond een sterke smaak geeft, die echter snel wegtrekt en dus wanneer je een hap hebt doorgeslikt, wil je opnieuw die beleving die je aan het begin had.' De knapperigheid is ook van cruciaal belang, zegt Lukehurst. 'Het is voor een deel het geluid; dat geluid wordt versterkt door de botten van de kaak die verbonden zijn met de oren, en je kunt de knapperigheid goed horen wanneer je bijt. Maar het gaat ook om de fysieke noodzaak om op iets te kauwen en het te doen kraken. Het leidt je af en zorgt dat je denkt aan wat je eet.'


Het belang van knapperigheid werd bevestigd door een studie uitgevoerd door Unilever, waarbij wetenschappers testen of de mening die mensen hadden over een bepaald soort chips beïnvloed werd door het geluid dat de chips maakten wanneer zij erin beten. De conclusie van de onderzoekers luidde dat 'de chips als knapperiger en verser werden beoordeeld wanneer... het totale geluidsniveau hoger was', wat wijst op een andere mogelijke manier om controle uit te oefenen op de manier waarop het product ervaren wordt, hoewel, zo schreven de auteurs, 'consumenten zich vaak niet bewust zijn van de invloed van zulke auditieve prikkels.'


Het helpt ook als het voedsel snel oplost in de mond, waardoor de hersenen het idee krijgen dat er nog geen calorieën geconsumeerd zijn. Dit wordt de 'verdwijnende calorische dichtheid' genoemd. 'Wat er gebeurt is dat je hersenen voor de gek gehouden worden en denken dat de calorieën verdwenen zijn. Daardoor ben je veel meer genegen om door te gaan met eten voordat je hersenen je het signaal geven dat je genoeg hebt gehad', zei Michael Moss.


Het ultieme doel is het punt van genot. 'De onderzoekers in dienst van de voedingsmiddelenfabrikanten hebben hun producten bestudeerd en gesleuteld aan de samenstelling totdat ze dat perfecte punt bereiken van precies genoeg en niet teveel suiker, zodat ze wat zij het genotspunt noemen, creëren.


Smeltgevoel in de mond is aantrekkelijk

Voedingswetenschappers hebben zelfs de anatomie van de mond bestudeerd. In een artikel dat gepubliceerd werd in het Journal of Biomechanics, onderzochten wetenschappers van het Nestlé Research Center de 'detectiemechanismen in de mondholte', om erachter te komen hoe goed de mond in staat was de dikte te bepalen van een plastic schijfje dat op de tong werd geplaatst. De onderzoekers creëerden een model dat de kracht zou voorspellen die op het schijfje werd uitgeoefend wanneer het door de tong vervormd werd. Drie jaar later kondigde Nestlé aan dat ze een nieuw soort chocolade had ontwikkeld die een vorm had die gebaseerd was op de anatomie van de mond, die bepaald delen van de oppervlakte van de mond raakte, waardoor het smeltgevoel in de mond verbeterd werd en er toch genoeg plaats overbleef waardoor het aroma de sensorische ervaring kon verrijken', zo kondigde het persbericht aan.


Dit helpt ons begrijpen waarom bonbons meestal rond zijn. Blijkbaar vinden consumenten chocolade minder lekker als er scherpe hoekjes aan zitten. 'We willen absoluut dat chocolade een bevredigende ervaring oplevert, dat het een heel plezierige en lekkere smaakervaring geeft in de mond', zei Chris Lukehurst. 'Smelten is een heel erg zachte ervaring, en dat bederf je als er scherpe kantjes aan zitten, en daarmee irriteer je de consument een beetje, voordat hij de smeltervaring ondergaat. Het is veel beter als de vorm al rond is en de consument al direct voldoening voelt en ervan geniet.


En wat er op de tong gebeurt, wekt een reactie in de hersenen op. Daarom is de neurowetenschap de volgende stap voor de voedingsindustrie. Francis McGlone was een pionier toen hij de academische wereld verliet in 1994 om te gaan werken voor Unilever, een van de grootste voedingsmiddelenfabrikanten ter wereld. 'Ik denk dat ik de voorloper was van een beweging die nog veel belangrijker gaat worden', zei McGlone. Na meer dan een decennium onderzoek gedaan te hebben in de industrie is hij teruggekeerd naar de universiteit, maar hij denkt met plezier terug aan zijn tijd in de voedingsindustrie. 'Als neurowetenschapper keek ik naar de mechanismen achter de redenen waarom mensen bepaalden soorten voedsel prefereren', zei hij. Wat zijn die mechanismen, volgens McGlone? Zijn antwoord klonk bekend. 'Ik vrees dat we eten met een hoog gehalte aan vet, suiker en zout erg lekker vinden', zei hij.


Zout, suiker en vet zijn de drie pijlers waarop de bewerkte voedingsmiddelen rusten', zei Michael Moss. 'En ook al haat de industrie het woord 'verslaving' meer dan welk ander woord ook, het is een feit dat hun onderzoek hen geleerd heeft dat wanneer ze de perfecte hoeveelheden van die drie ingrediënten vinden... ze ervoor zorgen dat wij meer kopen en meer eten.' Toen Moss begon met zijn onderzoek naar de wetenschap achter het maken van voedsel, stond hij sceptisch tegenover het idee van eetverslaving. 'Totdat ik tijd doorbracht met de meest vooraanstaande wetenschappers in de VS die zeiden dat, inderdaad, voor sommige mensen, het voedsel met het meeste zout en vet en de meeste suiker net zo verslavend is als sommige drugs', zei hij. Francis McGlone toonde iets soortgelijks aan in een televisieprogramma voor de BBC, waar hij een Britse topkok in een fMRI scanner legde en hem chilipepers liet eten en beelden van zijn hersenen maakte, die aantoonden hoe de pittige sensatie van de pepers ervoor zorgde dat er endorfinen vrijkwamen. 'Het gevolg van een beetje pijn is dat de hersenen overspoeld worden door hun eigen natuurlijke opiaten, dus dit is een andere manier om het pleziercentrum te activeren', zei McGlone.


Maar veel ingrediënten in bewerkte voedingsmiddelen hebben niets met smaak te maken. Ze zijn er aan toegevoegd om een bepaalde textuur te reproduceren, om het vochtgehalte op peil te houden, om te voorkomen dat verschillende ingrediënten gaan schiften en bederven gedurende de maanden dat de producten in de schappen staan. 'Het is absoluut essentieel voor de voedingswarenindustrie dat hun bewerkte producten weken- of maandenlang in een pakhuis kunnen staan, vervoerd kunnen worden en dan in een supermarkt kunnen staan', zei Moss. Om de bittere of zure smaak te maskeren die sommige van deze stoffen kunnen veroorzaken, gebruikt de voedingsindustrie smaakversterkers, onzichtbare ingrediënten die de hersenen laten denken dat ze iets proeven wat er niet is, en iets niet proeven wat er wel is.


'Zulke ingrediënten vallen onder het relatief onschuldig lijkende label van 'natuurlijke smaakstoffen' of zelfs 'kunstmatige smaakstoffen', terwijl ze in werkelijkheid veel verbazingwekkender zijn dan consumenten zouden denken', zegt Bruce Bradley, de voormalige directeur uit de voedingsindustrie. 'Er worden enorme bedragen besteed aan het creëren van smaken en geuren die echt overkomen maar in werkelijkheid volledig kunstmatig zijn.' Want zonder smaakversterkers zou niemand de producten eten. 'Het zou vreselijk smaken, je zou het uit willen spugen', zei Bradley.


Michael Moss werd getrakteerd op een speciale smaaktest toen hij onderzoek deed voor zijn boek. 'Kellogg nodigde me uit bij hun afdeling onderzoek en ontwikkeling, en maakte voor mij speciale versies van hun meest beroemde producten zonder zout erin. En ik moet je zeggen, het was vreselijk om die dingen te proeven. Normaal gesproken kan ik de hele dag door Cheez-Its crackers eten, maar de Cheez-Its zonder zout? Ik kon ze niet eens wegkrijgen. Ze bleven aan mijn gehemelte plakken. Het meest indrukwekkende was het proeven van de cornflakes, die, zonder zout, naar metaal smaakten. Een van de wonderlijke dingen die zout doet voor bewerkte voedingsmiddelen, is dat het sommige minder prettige smaken verdoezelt die inherent zijn aan de methodes waarmee het eten gemaakt wordt. Bruce Bradley zegt dat al die kunstmatige bewerkingen het eten compleet veranderen. 'We kunnen eigenlijk niet eens meer zeggen dat het echt voedsel is. Het is synthetisch, volledig onnatuurlijk en nagemaakt, en dat levert zoveel problemen op omdat ons lichaam voor de gek gehouden wordt. En wanneer dat voortdurend gebeurt, kunnen er vreselijke dingen gebeuren, zoals gewichtstoename, hormonale stoornissen, diabetes en hoge bloeddruk', zei hij.

En hoe zit het met de wetenschappers die deze producten gemaakt hebben? Moss zegt dat sommigen nu hun bedenkingen hebben bij de populaire producten die zij gemaakt hebben. 'Een aantal van de mensen die ik heb gesproken, hebben deze bekende producten echter in een meer onschuldige tijd gemaakt, toen we nog lang niet zo afhankelijk waren van bewerkte voedingsmiddelen als we nu zijn. En in de loop van de tijd hebben ze spijt gekregen, nu ze zien hoe zeer wij afhankelijk zijn geworden van hun uitvindingen. Dus ja, een aantal van deze wetenschappers probeert nu manieren te vinden om hun bedrijven te helpen hun producten gezonder te maken.'


Bruce Bradley zegt dat hij echt gelooft dat voedingswarenfabrikanten proberen om te veranderen. 'Ik denk dat het voor een deel oprecht is. Ik heb zeker meegewerkt aan de ontwikkeling van producten waar men oprecht probeerde de hoeveelheid natrium of suiker te verminderen', zei hij. Maar hij zegt dat er grenzen zijn aan wat je kunt doen met de drie basale ingrediënten van bewerkt voedsel. 'Om deze bewerkte etenswaren echt lekker te laten smaken, is er zout, suiker en vet nodig, en terwijl de bedoelingen heel goed kunnen zijn... zit het er gewoon niet in dat je een product krijgt dat echt lekker is.'


Chris Lukehurst gelooft dat de voedingsindustrie een fout begaat door versies van hun populaire producten te maken met minder zout, suiker en vet en te denken dat ze toch de originele smaak kunnen behouden. In plaats daarvan, zegt hij, zouden de makers van etenswaren moeten spelen met de knapperigheid, het mondgevoel en andere sensorische aspecten en er zo voor zorgen dat de consumenten de nieuwe versies lekkerder vinden, om andere redenen. 'Wat wij willen zeggen is dat men niet moet proberen om producten hetzelfde te laten smaken, maar om de consument ze om andere redenen lekkerder te laten vinden. Dus wanneer ze dat product eten, kan het goed zijn dat ze het verschil in smaak wel opmerken, maar de emotionele ervaring die ze krijgen is tenminste beter dan voor die tijd', zei hij. 'Stel dat je eens kijkt naar welke emoties er verdwijnen als je vet uit een product haalt. Hoe kunnen we deze emoties op een andere manier compenseren? Tegenwoordig staan de schappen in de supermarkten vol met snacks die gezonder zouden zijn. Op koekjes staat nu een heldergroen etiket dat beweert dat ze een 'gezond alternatief' zijn. Op crackers staat trots vermeld dat ze 'het goede van volkoren' bevatten en op chips staat vermeld dat ze 'gebakken' zijn en niet gefrituurd.


Druk op de levensmiddelenindustrie

Bruce Bradley gelooft dat de voedingsmiddelenindustrie gewoonweg een nieuwe markt heeft gevonden. 'Deze bedrijven zijn ten zeerste op winst gericht, net als alle bedrijven in de private sector. 'Ze willen gewoon zoveel mogelijk winst maken', zei hij. 'Als de voedingsindustrie een manier kan vinden om iets te verkopen en er winst op te maken, dan ben ik ervan overtuigd dat ze dat zullen doen. Maar als het op de lange termijn de hoeveelheid voedsel dat ze kunnen verkopen, vermindert, dan zie ik hen die weg niet bewandelen.' 'Er is tegenwoordig een enorme en toenemende druk op voedingswarenfabrikanten van consumenten die zich zorgen maken over wat ze in hun mond stoppen', zei Michael Moss. 'Er wordt evenveel druk uitgeoefend door Wall Street, waar men bezorgd is over de verkopen, en er wordt steeds meer toezicht gehouden door de overheid. Ik denk dat deze drie factoren nu samen druk uitoefenen op de voedselreuzen, en uiteraard moeten we afwachten wat er gaat gebeuren.' Ondertussen strijdt Moss tegen zijn eigen eetverslavingen. 'Ik ben stapelgek op chips. Daar kan ik me net zo makkelijk aan overeten als wie dan ook', zei hij. 'Maar wat mij echt geholpen heeft is dat ik binnen geweest ben bij deze bedrijven en begrijp hoe zij hun product samenstellen en perfectioneren. Ik ben in staat om te zien hoe ze mij willen verleiden en ik begrijp de kracht van zout, vet en suiker in chips. En ik denk dat dat mij helpt om maat te houden.'


Voor Pat Guillet, weer in haar keuken en vastberaden bezig met het hakken van selderij, is er weinig hoop op verlichting. 'Als ik een hap ijs zou eten, zou ik de hele beker leeg willen eten', zei ze. 'En er zijn tijden geweest dat ik dat ook deed. Ik zat daar maar en zei "Ik moet stoppen, ik moet stoppen", en ik kon echt helemaal niet doen wat mijn verstand me zei.' Daarom zet ze zich schrap voor een levenslange strijd met de suikerdemonen die zich schuilhouden in de schappen met bewerkte voedingsmiddelen. 'Deze etenswaren zijn zo verslavend, zo aanlokkelijk, je wordt er high van en je voelt je beter', zei ze. 'En wat veel eetverslaafden zeggen is dat, lang nadat het eten hen vreugde verschafte, en lang nadat het hen ellende opleverde, ze toch niet konden stoppen. Het gaat in je systeem zitten en het is heel moeilijk te overwinnen.

Bron: cbc.ca (CBC news | vertaling voor Earth Matters door Bruin Bakker)


Europa waarschuwt voor chemische stoffen in dagelijkse producten

Het Europese Milieuagentschap trekt aan de bel over hormoon verstorende chemische stoffen die alomtegenwoordig zijn in dagelijkse producten, maar kunnen leiden tot kanker, diabetes en onvruchtbaarheid.

Milieuorganisaties, artsen en consumentenverenigingen waarschuwen al jaren voor de schadelijkheid van de stoffen.

Ftalaten, bisphenol-A en parabenen: het zijn allemaal voorbeelden van zogenaamde endocriene disruptoren, chemicaliën die het hormoonstelsel verstoren. Toch zijn ze werkelijk alomtegenwoordig in onze dagelijkse producten zoals voedsel, cosmetica, speelgoed en zelfs babyproducten.

Waarschuwingen

Bezorgde artsen, wetenschappers en milieuverenigingen waarschuwen al jaren dat onze voortdurende blootstelling aan die cocktail van chemicaliën verantwoordelijk is voor het toenemende aantal kankers, de dalende zaadkwaliteit bij mannen, diabetes en zwaarlijvigheid. Ze toonden aan dat zelfs ongeboren baby's al blootgesteld worden aan de stoffen.

Nu waarschuwt ook de Europese milieuwaakhond EEA voor de effecten van de chemicaliën. "Het wetenschappelijke onderzoek dat in de laatste decennia gebeurd is, toont aan dat hormoonverstoring een echt probleem is, met ernstige effecten voor het milieu en mogelijk ook de mens", stelt Jacqueline McGlade, hoofd van het Europese Milieuagentschap (EEA) in een persbericht.

"Het zou van voorzichtigheid getuigen om een terughoudende aanpak te hanteren voor veel van deze stoffen, tot hun effecten beter bekend zijn."

Effect op mensen
Een nieuw rapport van het Milieuagentschap toont duidelijk aan dat er sterk bewijs is voor de schade die EDC's toebrengen aan diersoorten in het wild en aan laboratoriummuizen.

Toch is het moeilijk om het effect op mensen wetenschappelijk aan te tonen, omdat het onderzoek erg complex is en lang zou aanslepen. "De studies op dieren kunnen in dit geval als een alarmsignaal gezien worden", stelt het agentschap.

"We beschikken over een brede waaier van onderzoeken die blootstelling aan de chemicaliën linkt met problemen aan schildklier, immuunsysteem, zenuwstelsel en voortplanting bij dieren", stelt het agentschap.

"Dat zijn grotendeels dezelfde ziektes en afwijkingen die steeds vaker voorkomen bij de menselijke populatie. Zowel mensen als dieren kunnen in toenemende mate blootgesteld worden aan die chemicaliën in het milieu, via water of via de voedselketen."

Borstkanker
Het agentschap besluit dat de link tussen bepaalde stoffen en kankers wel al duidelijk is vastgesteld. Van EDC's met een gelijkaardige werking als het vrouwelijke hormoon oestrogeen is bewezen dat ze een risicofactor zijn voor onder meer borstkanker en endometriose. Het aantal borstkankers stijgt in vrijwel alle geïndustrialiseerde landen.

"Verschillende studies linken de chemische stoffen met autisme, aandachtsstoornissen, vroegere puberteit bij meisjes en ontwikkelingsachterstand bij kinderen", stelt het agentschap. "Maar ook hier is er meer onderzoek nodig om de invloed van EDC's te bevestigen of in vraag te stellen."

 

Bron: http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/3254754/2012/05/12/Europa-waarschuwt-voor-chemische-stoffen-in-dagelijkse-producten.dhtml

 

 

Top
©Warriors For Health - FreePeopleAgency  | lizzy@warriorsforhealth.com